‘Ik zing, dus ik besta’
Zanger VanVelzen is eindelijk waar hij wil zijn.
Door PIETER WEBELING
Plotseling was hij daar. Met Baby Get Higher, zijn eerste hit. Who the fuck is VanVelzen stond er in die dagen op zijn T-shirt, alsof zijn doorbraak hem zelf ook verbaasde. Roel van Velzen (30) is niet jazz, maar rock en pop. Zijn power en het stoute plezier doen denken aan Robbie Williams, maar VanVelzen is eigenlijk vooral VanVelzen. Authentiek, origineel, verfrissend.
En dat is misschien wel het grootste compliment denkbaar: VanVelzen is his own man. Dat geldt voor zijn muziek, maar ook voor zijn persoon. Supersize me is een andere T-shirt-tekst, een knipoog naar zijn opvallende gestalte. Na zijn vijfde had hij een groeistoornis: hij is nooit langer geworden dan 1 meter 50. In de muziek en op het podium is daar niets van te merken. Voor VanVelzen is de live experience van groot belang. Het gaat hem om de beleving. Om de passie. Om de verbondenheid.
‘Ik was enig kind en nogal een aandachtsorgel.’
Toen begon het al, ja. Ik was geen probleemgeval, maar wel een handenbinder. Zeker na het uitblijven van mijn groei kreeg ik veel aandacht: van onderzoeken in het ziekenhuis tot de zorg van mijn ouders. Mijn vader zei altijd: het komt goed met die jongen. Mijn moeder was enorm betrokken, ze voelde zich bijna schuldig dat ze een ‘imperfect kind’ op de wereld had gezet. Dat is heftig, maar verstikkend was het nooit. Ik ben heel close met mijn ouders.
Ik heb een zekere geldingsdrang, maar door mijn lengte werd dat nog eens versterkt. Het was ook bewijsdrift. Om mijn omgeving te laten zien: ik ben anders, maar ik kan ook wat. Ik was muzikaal, ik speelde piano en gitaar en ik playbackte graag. Gek doen, het hoogste woord voeren – om maar te voorkomen dat ze mij ook in figuurlijke zin over het hoofd zagen.
Hoe belangrijk was muziek in jouw jeugdjaren?
Heel belangrijk. Een van mijn eerste herinneringen is dat ik mijn ouders wakker maakte door in de slaapkamer op de piano te rammen. Mijn vader heeft laatst oude opnames van zijn bandrecorder gedigitaliseerd. Al die geluidsfragmenten van mijn eerste vier jaar zijn goed te horen, van whèèè, whèèè als baby tot de eerste liedjes die we samen zongen: In de Maneschijn en Roodborstje tik. Mijn vader en ik maakten ook fictieve radioprogramma’s. Hij speelde piano, terwijl ik vertelde wat ik had gedaan op school. Geweldig om terug te horen.
Ik kom uit een muzikale familie. Ik heb een foto uit 1937 van mijn beide grootvaders, die zaten in een accordeonband. Ik ben opgegroeid in hartje Delft. Mijn moeder heeft nooit de ambitie gehad om zangeres te worden; ze was activiteitenbegeleidster in een bejaardentehuis. Mijn vader wel. Hij is reclameman, maar muziek was altijd zijn grote hobby. Hij schreef nummers voor artiesten als Trijntje Oosterhuis en Rob de Nijs. De Harley Song is van mijn vader. Ik vond dat allemaal super-interessant, natuurlijk.
Op je zesde scheidden jouw ouders. Trok dat een zware wissel?
Het viel mee. Ik heb niet zoveel meegekregen van conflicten. Het staat me wel helder voor de geest hoe mijn vader en moeder het nieuws brachten. Na een spelletje, een bordvorm van pacman, vertelden ze dat papa voorlopig ergens anders ging wonen. We gingen meteen naar het huis kijken, en in welke kamer ik dan mocht logeren. Als kind neem je dat domweg voor feit aan. Het enige wat ik merkte was: bij mijn vader dronk ik coca cola, bij mijn moeder 3S.
In mijn ouderlijk huis had mijn vader een geluiddichte muziek-kamer. Die was nu opeens voor mij. Mijn moeder vroeg: welk instrument wil je bespelen? Ik dacht: laat ik eens een drumstel vragen. Een dag daarna kreeg ik er een! Als ik boven mee zat te drummen met Fleetwood Mac, Queen of de Beatles, kon ik niets anders horen. Mijn moeder trok dan de stop eruit. ‘Mam, de stroom is eraf!’ Waarop zij riep: ‘Ja, we gaan eten!’ Ik kon mij goed redden. Toch voel ik wel een zekere heimwee naar die eerste vijf jaren. Toen waren we nog een gezinnetje, hè. Ik herinner me bijna niets meer van die periode. Foto’s van ons drietjes zijn mij erg dierbaar. Het doet toch pijn. Nú doet het pijn.
Op je tiende stond je met een plastic gitaartje voor de spiegel. Je deed zogenaamd interviews met MTV.
Ja, met Simone Walraven, de presentatrice. Ik gaf dan achteloos en geroutineerd antwoord: Well, you know, this is my favourite song …
Wat drukte dat uit?
Het verlangen om beroemd te zijn? MTV was in de jaren tachtig nieuw, spannend. Wow, wat zou het gaaf zijn om deel te zijn van die wereld! Maar voor mijn gevoel heb ik nooit zo op succes gejaagd. Ik wil met muziek bezig zijn, dáár gaat het mij om.
Wie was jouw muzikale held?
Freddy Mercury. Die had het allemaal. Hij was een voortreffelijke songwriter en rockcomponist, heel origineel, met klassieke en theatrale invloeden. Sommige nummers van Queen zijn bijna opera. Hij had ook het geluk dat hij belachelijk goede muzikanten om zich heen had. En ja, zeker als zanger van Queen maakte hij het waar, op het podium. Rond zijn dood, in 1991, werden er allerlei optredens van hem uitgezonden. Ik heb met open mond staan kijken. Die energie, die unieke band met het publiek … Connection. Verbinding. Spreading the joy. Bij die beelden van Freddy Mercury is de performer in mij ontwaakt.
Wat beschouw je als belangrijkste leerschool?
Dan kom je al snel uit bij de Crazy Pianos. Dat is een kruising tussen een klassieke pianobar en een nachtclub. Er staan twee grote, rode vleugels met twee pianisten die verzoekjes spelen van het publiek. Improviseren, daar gaat het om. Anything goes, zeiden we altijd. Het ene moment stond ik op de piano a capella mee te zingen met het publiek, het andere moment had ik een ‘duel’ met de andere pianist. Op een leuke manier troefden we elkaar dan af met mooie loopjes en vondsten.
Plezier kun je eigenlijk niet faken. Alleen als jij het écht naar je zin hebt, komt het over. Dan gaan mensen mee. In de eerste jaren speelde ik alleen maar met betere, ervaren muzikanten uit Engeland en Amerika. Ik was 21 jaar en zoog alles op, als een spons. Ik was nog niet helemaal uit mijn schulp gekropen, zeg maar. Soms vroegen mensen of ik Short People van Randy Newman wilde spelen, of Kleine Jongen van André Hazes. Wilde ik best doen, hoor – voor honderd euro. Zo maakte ik daar een geintje van, ook al kon ik behoorlijk onzeker zijn over mijn lengte. Crazy Pianos is op vele manieren vormend voor mij geweest.
Je bent acht centimeter langer dan de grootste chansonnière ooit: Edith Piaf.
Is dat zo? Ik heb bij haar graf gestaan. Ze ligt toch op Père-Lachaise in Parijs?
Is jouw fysiek puur vakmatig gezien een nadeel?
Ik zorg dat ik op een verhoginkje sta. Anders kunnen mensen mij in een diepe zaal niet zien. Een zang-pedagoog heeft gezegd dat ik vanwege mijn lengte waarschijnlijk kortere stembanden heb. Een hogere stem, dus. Het bereik van mijn borststem schijnt bovengemiddeld te zijn: bijna drie octaven, van een a naar een hoge d. Precies weet ik het niet, hoor. Met het technische houd ik me nooit zo bezig.
De kracht van mijn stem is de energie en het timbre. In de afgelopen jaren heb ik vooral op power overleefd. Ik zou nu wat zachter willen leren zingen, daarom heb ik zangtechniekles. Om flexibel te zijn, maar ook om mijn stembanden minder pijn te doen. Ik gebruik wat vaker mijn kopstem, en probeer mijn bereik naar beneden toe op te rekken. Ik wil graag wat meer bodem.
Is de stem je favoriete instrument?
Absoluut. Ik let ook op de conditie. Voor een optreden moet ik geen zuivel drinken, zoals melk, yoghurt of ijs. Ik draag ook sjaals om mijn stembanden warm te houden. Ik was een keer in slaap gevallen op een hotelkamer zonder het raam open te doen. Door de droge lucht heb ik ’s morgens een groot probleem, dan kan ik echt niet zingen. Weet je wat het mooiste is? Als mensen geraakt worden door mijn stem. Zo’n compliment is superegostrelend. Voor mij geldt: ik zing, dus ik besta.
|
| |||||
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail* | |
| Reactie* | |


Plaats op







