Hoezo New York? Nieuw Amsterdam bedoelt u!
Het kloppende hart aan de oostkust van de VS werd 400 jaar geleden door Nederlanders gesticht.
Door Annemarie SourAnnemarie Sour ging op zoek naar de sporen.
De fok, het voorste zeil, probeert elk briesje te vangen, maar het schip de Onrust maakt weinig vaart. Het houten scheepje, niet meer dan zeventien meter lang, baart opzien. Mensen op de oevers van Manhattan zwaaien en joelen. Maar het is niet alleen de Onrust, een replica van een Nederlands schip uit 1614, dat de aandacht trekt. De Halve Maen die met zijn gigantische zeilen voor ons uit vaart, trekt nog meer bekijks. We zeilen van Nieuw Amsterdam (New York) naar ‘Beverwijk’, het huidige Albany. Net als 400 jaar geleden, toen de Nederlanders als eerste Europeanen Manhattan aandeden en daarmee aan de wieg stonden van wat nu de ‘Big Apple’ is.
‘Indianen varen vanaf de oever met kano’s naar het schip,’ schreef stuurman Robert Juet in zijn scheepslogboek toen op 12 september 1609 de Halve Maen langs het schiereiland Manna-Hata voer. Kapitein Henry Hudson en zijn bemanning, half Nederlands en half Engels, voeren al snel weer verder. De Engelse zeevaarder zocht immers in opdracht van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) een snellere westelijke scheepvaartroute naar Azië. Hudson hoopte dat de rivier die hij nu op voer een verbinding vormde tussen de Atlantische Oceaan en de Grote Oceaan.
Helaas, dat bleek niet het geval. Maar het bericht over een ‘natuurlijke, beschutte haven, vruchtbare grond en vriendelijke wilden’, zoals Hudson Manhattan omschreef in zijn logboek, ging rond als een lopend vuurtje onder Amsterdamse kooplieden. Vooral Hudsons melding van pelterijen en vellen van bevers wekte hun interesse. Kassa! moeten ze gedacht hebben. Ze stuurden de avonturier Adriaen Block op onderzoek uit en die keerde niet veel later terug met goed nieuws. De indianen wilden graag handelen in bont.
Anno 2009 dobbert de Onrust stroomopwaarts. Links van me zie ik wat Hudson vermoedelijk ook moet hebben gezien: donkere wouden en piekende rotsformaties. Rechts bevindt zich echter het landschap van de 21ste eeuw: fabrieken, spoorrails, wegen, dorpen en villa’s.
Het is windstil, zeilen heeft geen zin. Om het schip in beweging te krijgen start de kapitein de motor.
Tussen de bemanningsleden staat een grote man in vol ornaat met fluwelen wambuis en een zwierige hoed, getooid met witte veer. Don Rittner, een historicus uit Schenectady, is gegrepen door het Nederlandse verleden. Hij heeft zich sterk gemaakt om de Onrust, het allereerste schip ooit dat in Manhattan van de werf rolde, opnieuw te bouwen. Rittner: ‘Nadat de Tijger, het schip van Adriaen Block, nabij Manhattan verging, bouwde hij hier met behulp van indianen een nieuw schip, de Onrust.’
Rittner vertelt dat de handel in vellen van bevers, otters en vossen zo lucratief was dat steeds meer schepen de drie maanden durende oversteek naar Noord-Amerika maakten. Een aantal rijke handelaren richtte in 1621 de West-Indische Compagnie (WIC) op, dat van de Staten-Generaal het monopolie kreeg op de handel in dit deel van de wereld.
Op het zuidelijkste puntje van het eiland Manna-Hata ontstond de hoofdstad van de kolonie. In maart 1624 arriveerde het eerste schip met Nederlandse kolonisten in de haven van die stad, Nieuw Amsterdam. Rittner: ‘Het waren vooral Walen en protestanten die de Zuidelijke Nederlanden waren ontvlucht. Het was niet relevant dat de kolonisten Hugenoten, Vlamingen of Hollanders waren. De WIC had mensen nodig die zich in het gebied vestigden.’ In korte tijd verrezen een klein fort, een molen, een bierbrouwerij en een aantal houten huizen. Nieuw Amsterdam was ‘open for business’.
Koopje
Na alle verhalen ben ik benieuwd wat er nog te zien is van die Hollandse periode in Manhattan. Tussen de wolkenkrabbers van Wall Street ligt Battery Park, de plek waar ooit Fort Amsterdam stond. Er staat nog slechts een beeld ter herinnering aan de Nederlandse tijd. Een man, breed glimlachend en met zwierige hoed en grote kraag, staat naast een indiaan met verenhoofdtooi die twee kettingen in ontvangst neemt. De man met hoed stelt Peter Minuit voor, die Manhattan van de Indianen kocht voor goederen ter waarde van zestig gulden (tegenwoordig zo’n 680 euro).
Rick Landman, een bevlogen New Yorkse advocaat met grote belangstelling voor de geschiedenis van zijn stad en de mensenrechten, leidt me rond in het voormalige Nieuw Amsterdam. Er is niets meer te zien van het fort (afgebroken na de Amerikaanse revolutie), de molens, de taveernes, de grachten, laat staan van de huizen met trapgeveltjes die hier ooit stonden. De smallere straatjes die oud lijken zijn zo’n honderd jaar geleden aangelegd. ‘Voor de toeristen,’ zegt Landman.
Wel ontdek ik enkele Nederlandse woorden in de Engelse straatnamen. ‘Wall Street is genoemd naar een vestingwal ter verdediging tegen aanvallende indianen,’ legt Landman uit. ‘De gracht die dwars door de stad was aangelegd werd Canal Street en de Bredestraat, een pad dat al werd gebruikt door de indianen, werd Broadway.’
We lopen in de gutsende regen op Broad Street langs een groot gebouw, dat van de bank Goldman Sachs. Landman wijst op een glazen plaat die op straat verscholen ligt in de schaduw van het bankgebouw. ‘Hier zijn de fundamenten van de stadsherberg opgegraven die tevens dienst deed als stadhuis.’ Op het bordje ernaast staat het bouwjaar: 1641. ‘Dit was het centrum van het politieke en bestuurlijke leven in de kolonie.’
Het dagelijks leven in Nieuw Amsterdam met uitzicht op een baai vol vissen, vogels en zeilbootjes is anno 2009 moeilijk voor te stellen tussen de hoge gebouwen. Alleen de smalle straten in het zuidelijke puntje van Manhattan doen denken aan de straten en stegen in Amsterdam. In Beaver Street en Stone Street, waar in de 17de eeuw woonhuizen stonden, zijn de gebouwen nu zo’n honderd meter hoog. Geen zonnestraal kan de grond bereiken. Landman: ‘Het huidige stratenplan van Zuid-Manhattan is nog gebaseerd op het oude stratenpatroon uit de Nederlandse koloniale tijd.’
Goudmijn
De echte goudmijn van het Nederlandse verleden bevindt zich in de bibliotheek New York State Library in Albany. Hier werkt Charles Gehring, die nu al 35 jaar bezig is met het in het Engels vertalen van meer dan 12.000 oude Hollandse handgeschreven documenten. Hij heeft brieven vertaald van Peter Stuyvesant en Peter Minuit, gouverneurs van Nieuw Nederland (het gebied tussen de rivieren Delaware en Connecticut), tientallen boeken van de WIC, maar ook brieven die kolonisten naar hun thuisland stuurden. Zo heeft hij een nauwkeurig beeld gekregen van het reilen en zeilen in de kolonie en vele geschiedkundige ontdekkingen gedaan.
Ik reis met de trein naar Albany, het vroegere Beverwijk, de tweede nederzetting in Nieuw Nederland na Nieuw Amsterdam. Beverwijk was gelegen aan de Hudsonrivier nabij fort Oranje, een versterkte post van de WIC. Charles Gehring (70), stevig gebouwd met glinsterende ogen achter een donker montuur, ontvangt me in de bibliotheek op de zevende verdieping.
‘In 1664 woonden zo’n tienduizend mensen in de provincie Nieuw Nederland, vooral langs de rivieren, de snelwegen van die tijd,’ schetst Gehring. ‘Overal stonden hout- en graanmolens. In Nieuw Amsterdam en Beverwijk stonden kerken, scholen en taveernen. Er waren zelfs armenhuizen, hoewel die meestal leegstonden. Er woonden bakkers, timmerlieden, brouwers, glazenmakers, houtzagers, schoolmeesters, predikanten, chirurgijnen, smeden, molenaars, kleermakers, kroegbazen, wagenmakers, leerlooiers en natuurlijk boeren en handelaren. Ook leefden er knechten en loonarbeiders.’ Nieuw Nederland was net als de Republiek een mix van culturen. In de Nieuwe Wereld woonden Zweedse, Deense, Joodse, Duitse, Vlaamse en Waalse immigranten en natuurlijk Nederlanders.
|
| |||||
2 Reacties |
| on 12 January 2010 ,22:55 |
| Conrad Huber on 09 November 2009 ,06:37 Ik zou dat artikel een veel hogere score hebben gegeven dan 1 maar het was niet duidelijk wat je precies moest doen. Ineens was zonder mijn toedoen de score 1 vastgelegd. Ik had een 8 willen geven! |
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| Reactie* | |
Meest gelezen
Meest gelezen
Quote van de dag
Quote van de dag
-
Ons geluk hangt minder van de omstandigheden af dan van ons karakter.
- Emile de Girardin -
Sterven is niets. Begin dus met leven. Het is niet zo gek en het duurt langer.
- Jean Anouilh -
Er zijn mensen die zorgen voor geluk waar ze komen, anderen zorgen daarvoor wanneer ze weggaan.
- Oscar Wilde -
Het grootste plezier in het leven is dat te doen waarvan mensen zeggen dat je dat niet kunt doen.
- Walter Bagehot -
Een man is niet oud totdat spijt de plaats in neemt van dromen.
- John Barrymore
Lachen!
Lachen!
Favorieten van deze week
![]() Inspiratie | ![]() Rijker leven | ![]() Inspiratie | ![]() Gezond en in balans | ![]() Columns | ![]() Inspiratie |
Reactie aan de redactie
Reactie aan de redactie
Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!
Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie?
Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?

Plaats op













