Karin Foto K.

In de werkkamer van Hans van Lith (60) ligt het archief van 27 jaar raadswerk metershoog opgestapeld. Raadsvoorstellen, notities, rapporten over een weg die er al vijftien jaar moet komen en een monumentale kastanje die hij in de jaren negentig voor kap wist te behoeden. En omdat de natuurkundedocent een groen hart heeft, bewaart hij alles in de enveloppen waarin de stukken bij hem werden afgeleverd. Uit een kast trekt hij een verkleurd en gescheurd exemplaar: het dossier over een strandbad dat op aandringen van zijn fractie alsnog zal worden gerenoveerd.

Het is een rommeltje, erkent de fractievoorzitter van Progressief Winterswijk. Maar vertrouwend op zijn geheugen vindt hij in de stapels paperassen moeiteloos de weg. ‘Laatst wilde ik tijdens een raadsvergadering iets citeren uit mijn allereerste raad. Die notulen viste ik er zo tussenuit.’

Mensen als Van Lith zijn een uitstervende soort. Steeds minder mensen hebben zin om hun tijd te wijden aan gemeentepolitiek. Dat maakt het voor politieke partijen steeds moeilijker om kandidaten te vinden voor het raadswerk, tot verontrusting van deskundigen. Want als burgers zelfs niet meer betrokken zijn bij onderwerpen dicht bij huis, niet willen meebeslissen over hun eigen gemeenschap, dan is de democratie in gevaar.

Struikelblok

Ze zitten te piekeren en te puzzelen in zaaltjes en huiskamers, overal in Nederland. Met de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart 2010 in aantocht, zijn lokale politieke partijbesturen de afgelopen maanden druk bezig geweest hun kandidatenlijsten te vullen. En dat valt niet mee. Het aanbod van enthousiastelingen is bedroevend klein, terwijl het raadswerk vraagt om nogal wat vaardigheden, eigenschappen en vooral tijd; gemiddeld zo’n vijftien tot twintig uur per week. Dat blijkt voor nieuwkomers een groot struikelblok.

Partijen moeten het daarom vooral hebben van actieve leden die liefst al enige tijd het politieke spel van dichtbij hebben gevolgd. Vind ze maar eens. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de afgelopen tien jaar gemiddeld slechts één procent van de bevolking van 18 jaar en ouder als vrijwilliger (wel eens) actief is in een politieke organisatie. Maar iemand die twintig jaar heeft gefolderd, is niet per se geschikt als raadslid, zegt Hans Engels, bijzonder hoogleraar gemeenterecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bovendien, van de kleine groep Nederlanders die lid is van een politieke partij, is slechts een op de tien actief.

Gevolg: de vijver waaruit wordt gevist op kandidaten is zo klein, dat de kwaliteit van raadsleden en bestuurders in publieke functies onder druk staat, meent hij. Zijn er nog wel voldoende mensen die de complexe verhoudingen tussen politiek, bestuur en ambtenarij kunnen doorgronden? Die zich onafhankelijk kunnen opstellen en niet als een ‘jukebox’ afspelen wat wordt gevraagd? Die op hoofdlijnen besturen en het college controleren in plaats van te willen meeregeren, om maar eens wat eisen te benoemen waaraan raadsleden volgens Hans Engels moeten voldoen.

Een voorbeeld uit Venlo maakt duidelijk hoe makkelijk het mis kan gaan als raadsleden hun werk niet goed doen. De lokale Rekenkamer presenteerde er vorig jaar een vernietigend rapport over vijf jaar integratiebeleid. Dat bestond weliswaar uit heel veel projecten, maar met onduidelijke doelstellingen en weinig meetbaar resultaat. De gemeenteraad formuleerde maar liefst zeventien ambities, waarna het college negentien projecten optuigde. Resultaten werden niet gemeten, maar de raad greep niet in. Wel ging er elk jaar een half miljoen euro naar het integratiebeleid.

Kweekvijver

Het kan nog duurder uitpakken. Miljoenenoverschrijdingen bij de bouw van nieuwe stadhuizen, tramtunnels en nieuwe wegen laten zien hoe moeilijk het is voor raadsleden om hun drie hoofdtaken goed te vervullen: de juiste kaders stellen aan grote en kleine projecten, het college controleren bij de uitvoering daarvan en als volksvertegenwoordiger de (financiële) belangen van de burgers behartigen.

Het lijkt een vicieuze cirkel: burgers hebben steeds minder vertrouwen in de politiek, waardoor maar weinig mensen zin hebben in die klus en de kwaliteit van de lokale politiek onder druk staat. Uit het European Trusted Brands onderzoek 2009 van Reader’s Digest, blijkt dat slechts 12 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in politici. Mensen beschimpen de politiek, in plaats van zelf hun bijdrage te leveren aan beter bestuur en het ongenoegen over de samenleving neemt toe, constateert hoogleraar Hans Engels. Daardoor krijgt extremisme een kans. ‘Extreme partijen aan linker- en rechterzijde spelen in op dat gevoel en winnen terrein ten koste van de middenpartijen.’ De grote opmars van lokale en leefbaar partijen bij de vorige gemeenteraadsverkiezing is daaruit te verklaren, volgens hem.

Een gebrek aan genoeg goede kandidaten voor het raadswerk heeft niet alleen lokaal consequenties. De gemeenteraad is voor landelijke politieke partijen een belangrijk middel om invloed uit te oefenen op het bestuur van Nederland en om de punten uit hun partijprogramma te verwezenlijken, zegt Hans Engels. Bovendien is het lokale bestuur voor veel partijen een kweekvijver voor geschikte kandidaten voor de landelijke politiek.

Hans Engels vindt het zorgwekkend hoe weinig betrokkenheid er is met het bestuur van de gemeenschap. Het democratisch gehalte van de samenleving lijdt onder die desinteresse van het publiek. ‘Het is ook de tijdgeest. Mensen voelen zich bij van alles en nog wat betrokken, maar niet bij de publieke zaak.’ Maar de gemeenteraad neemt als hoogste orgaan van de gemeente veel besluiten die bewoners aan gaan. Van de hoogte van lokale belastingen tot de bouw van wijken, buurthuizen en scholen.

Dicht bij de mensen

Juist omdat het raadswerk gaat over wat er in de samenleving gebeurt, zijn burgers die wel raadslid zijn geworden enthousiast over hun werk. ‘Ik vind het een verrijking om raadslid te zijn,’ zegt Atie Kuijt-van den Oever (55), lid van de Katwijkse ChristenUnie. Haar hele gezicht lacht als ze op de bank in haar zonnige woonkamer vertelt hoe ze geniet van contact met andere burgers en werken aan een betere samenleving.

Atie, al jaren actief vrijwilliger, voelde zich een betrokken burger, ingebed in de Katwijkse gemeenschap. Toch moest ze diep ademhalen toen haar vanwege redactiewerk voor het lokale partijblad werd gevraagd zich op de kandidatenlijst te plaatsen. Was ze daarvoor ervaren genoeg, vroeg ze zich af. Had ze voldoende kennis van de ‘grote onderwerpen’ die in de gemeente speelden? Ze besloot de uitdaging aan te gaan. ‘Moeilijke dingen ga ik niet uit de weg.’

Moeilijk was het inderdaad, die eerste periode. De ambtelijke taal, het politieke spel, de verhoudingen tussen de raad, het college en de ambtelijke organisatie, alles was nieuw. Ze probeerde het zich zo snel mogelijk eigen te maken en zette zich in voor verbetering van verslavingszorg en onderwijs in Katwijk.

Terugblikkend constateert ze dat haar missie niet klaar is. Voor alcohol- en drugsverslaving zijn de nodige projecten ontwikkeld, maar helaas hebben die er niet toe geleid dat de Katwijkse jeugd minder is gaan drinken. Dat moet voortdurend onder de aandacht gebracht worden. Onderwijs staat naar haar zin nog te laag op de politieke agenda. Atie trekt haar schouders op. ‘Soms moet je genoegen nemen met speldenprikjes, blij zijn met elk mens dat is geholpen.’ Er is nog een lange weg te gaan, volgens Atie.

Drive

Wanneer ben je eigenlijk geschikt voor het raadswerk? De ambitie om in de picture te staan is niet genoeg. Je moet een drive hebben om je voor de gemeenschap in te zetten, vervolgt bijzonder hoogleraar Hans Engels zijn eerdere eisenlijst. ‘En eelt op je ziel hebben. Het is een vak apart om om te gaan met macht en politici die elkaar streken leveren. De sfeer kan grimmig zijn.’ Als onderdeel van het openbaar bestuur is het je taak om alle belangen te overzien en af te wegen, legt Engels uit. ‘En accepteer dat je niet altijd je zin krijgt.’

Potentiële kandidaten kunnen op www.schuiltereenraadslidinmij.nl aan de hand van twaalf meerkeuzevragen testen of ze geschikt zijn voor het raadswerk. Op de vraag: ‘Ziet u het raadslidmaatschap als werk of als hobby?’ zou het geschikte raadslid in spé moeten antwoorden: allebei. Want het raadswerk vraagt evenveel tijd en motivatie als een grote hobby, met dezelfde verplichtingen als een baan.

Uit De Staat van het Bestuur 2006, een publicatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken, blijkt dat het vinden van geschikte kandidaten voornamelijk moeilijk is vanwege de hoeveelheid tijd die het raadslidmaatschap kost. Voor meer dan twee derde van de lokale partijen is dit van invloed op de kandidaatstelling. Als tweede oorzaak wordt ook hier het geringe aantal actieve leden binnen partijen genoemd. Voor wie toch aan de klus begint, is tijd de belangrijkste reden om ermee te stoppen, blijkt uit onderzoek van de Commissie Positie wethouders en raadsleden uit 2008. Het is meer werk dan ze hadden verwacht, zeggen raadsleden in het rapport Van werklast naar werklust, en daardoor moeilijk te combineren met hun baan en een sociaal leven.

 

 

Geef uw score
Leuk artikel?Geef een hogere score!

Meest gelezen in Kennis

  1. Aardbeving, hoe werkt dat?
  2. Een dorp redt dolfijnen in nood
  3. Hoezo New York? Nieuw Amsterdam bedoelt u!

Meer Artikelen

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail
Reactie*

Reactie aan de redactie

Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!

Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk? 

Stuur uw reactie!