Schaal van Richter uitgelegd
Aardbevingen worden vaak geclassificeerd naar hun magnitude, uitgedrukt als een cijfer op de schaal van Richter. De magnitude wordt berekend op basis van een registratie, of seismogram, die een seismometer maakt van de golven die van de aardbevingshaard uitgaan. Wetenschappers berekenen de afstand van de individuele seismometers tot de aardbeving en met deze informatie bepalen ze de exacte locatie van de haard en de magnitude.
Hoe bepalen ze nu de haard of het epicentrum? Tijdens een aardbeving gaan er twee hoofdtypen golven uit van de haard: oppervlaktegolven en ruimtegolven. Oppervlaktegolven reizen door de aardkorst en zijn verantwoordelijk voor de meeste verwoestingen. Ruimtegolven – primaire of P-golven en secundaire of S-golven – reizen door het binnenste van de aarde.
P-golven reizen iets sneller dan S-golven. Dankzij dit feit kan men de haard van de beving lokaliseren: seismische meetstations registreren het verschil in aankomsttijden tussen de eerste P-golf en de eerste S-golf. Daarmee berekenen wetenschappers in elk station hun afstand tot de haard. Ze tekenen elk een cirkel met hun afstand tot de haard als straal. Wanneer drie cirkels van verschillende stations elkaar snijden, geeft het snijpunt de locatie van het epicentrum aan.
Magnitude of hevigheid?
De richterschaal meet de magnitude van een aardbeving – de hoeveelheid energie die wordt ontladen in de bron, zoals geregistreerd door seismografen. De schaal heeft geen bovengrens.
Hoewel de richtermagnitude van een aardbeving een idee geeft van de omvang, kennen aardbevingen ook aspecten die ze niet beschrijven, zoals de hevigheid van het schudden en de gevolgen voor mensen en gebouwen. Voor de beschrijving van deze aspecten wordt een andere schaal gehanteerd: de intensiteitsschaal van Mercalli. Deze loopt van 1 (geen merkbaar effect) tot 12 (catastrofaal, algehele verwoesting). Aangezien de intensiteit enigszins subjectief is en niet door een apparaat kan worden geregistreerd, wordt de beoordeling op de mercallischaal opgesteld op basis van inspectie van de schade en ondervraging van overlevenden. Elke aardbeving heeft slechts één richter- of momentmagnitude maar een heleboel verschillende intensiteiten, die afnemen naarmate de afstand tot het epicentrum groter is.
1,0-2,0 | Micro- en kleine aardbevingen, die niet gevoeld, wel geregistreerd worden. Komt overeen met mercallischaal 1. |
| 3,0-3,9 | Kleine aardbevingen die door mensen worden gevoeld. Komt overeen met mercallischaal 2-3. |
| 4,0-4,9 | Lichte aardbevingen, met duidelijke effecten, zoals rammelen en breken van borden. Komt overeen met mercallischaal 4-5. |
| 5,0-5,9 | Middelzware aardbevingen, die zware schade kunnen aanrichten aan zwakke gebouwen. Komt overeen met mercallischaal 6-7. |
| 6,0-6,9 | Sterk. Kan over grote gebieden gebouwen vernielen. Komt overeen met mercallischaal 7-9. |
| >7,0 | Zwaar. Richt grote ravage aan in grote gebieden. Komt overeen met mercallischaal 8 en hoger. |
1 | Alleen registreerbaar door instrumenten. |
| 2 | Een handvol mensen kan een lichte beweging voelen als ze rusten en/of zich op de bovenste verdiepingen van gebouwen bevinden. |
| 3 | Veel mensen voelen binnenshuis beweging, alsof er een vrachtwagen passeert. Hangende voorwerpen slingeren heen en weer. |
| 4 | De meeste mensen voelen binnenshuis beweging. Vaat, ramen en deuren rammelen. Enkele mensen buiten kunnen het voelen. Geparkeerde auto’s wiebelen. |
| 5 | Bijna iedereen voelt beweging. Borden breken, slapende mensen worden wakker. Vloeistoffen lopen uit open containers weg. |
| 6 | Iedereen voelt het. Voorwerpen vallen van planken en schilderijen komen van de muren. Pleisterwerk kan scheuren en meubels verschuiven. |
| 7 | Merkbaar voor mensen in auto’s. Losse pannen vallen van het dak. Aanzienlijke schade aan zwakke bouwwerken. |
| 8 | Rechtop staan lukt bijna niet meer. Huizen kunnen op hun funderingen schudden. Schoorstenen en monumenten breken af. |
| 9 | Grote schade aan stevige bouwwerken, inclusief bruggen en wegen. Grote scheuren verschijnen. Ondergrondse pijpleidingen breken. |
| 10 | Rampzalige mate van schade. De meeste gebouwen worden verwoest, ook aardbevingsbestendige gebouwen. Zware schade aan dammen. |
| 11 | Nog maar weinig bouwwerken staan overeind. Ondergrondse leidingen worden verwoest, rails zwaar verbogen. |
| 12 | Catastrofaal, algehele verwoesting. Golven reizen zichtbaar langs de bodem en slingeren grote voorwerpen de lucht in. |
(tekst aangepast uit “Macht en kracht van de natuur: Explosieve energie” van Reader’s Digest)
|
| |||||
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail* | |
| Reactie* | |
Meest gelezen
Meest gelezen
Favorieten van deze week
![]() Inspiratie | ![]() Gezond en in balans | ![]() Leven | ![]() Inspiratie | ![]() Reizen | ![]() Reizen |
Reactie aan de redactie
Reactie aan de redactie
Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!
Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie?
Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?
.jpg)

Plaats op
















