Met helmen op en kettingzagen in de aanslag liepen Conrad Birne en Seth Neill over een bospad. Tussen het gebladerte vingen de boomchirurgen een glimp op van Porth Creek, een inham van de rivier de Percuil, in de buurt van St. Mawes in Cornwall, het uiterste zuidwesten van Engeland. Er viel hen iets raars op: de vogels zongen niet.

Birne’s oog viel op een object dat dicht bij de oever dreef, gewikkeld in een kluwen waterplanten. Eerst dacht hij dat het een stuk hout was. Toen hij dichterbij kwam, schrok hij. Het was een dolfijn. Hij keek verder uit over het water en zag dat er nog meer dolfijnen gestrand waren; sommige dieren waren al dood, andere dobberden reddeloos rond. Birne pakte onmiddellijk zijn mobiele telefoon om de kustwacht te bellen.

Dat telefoontje, op maandag 9 juni 2008 om half negen ’s ochtends, zette een grote operatie in gang. Er werd een leger van vrijwilligers opgeroepen. Dierenverpleegkundige Jenny Haley was net op haar werk in Newquay aangekomen, waar haar collega Leanne Birtles uit de nachtdienst kwam. De vrouwen trokken snel hun wetsuits aan en sprongen in de auto. In haar dierenopvang controleerde Caroline Curtis nog even of alle dieren voorzien waren van eten en drinken voordat ze zich naar Porth Creek spoedde. Dierenarts Darryl Thorpe was zijn hond aan het uitlaten op een veldje vlak bij Looe toen hij gebeld werd. Hij haalde zijn dokterstas op en vertrok naar Porth Creek. In Hayle stonden begrotingscalculator Dave Jarvis en zijn vrouw Lesley vast in de file.

De eerste die op de plek des onheils arriveerde was Debs Wallis. Zij werkte in café The Plume of Feathers in Portscatho, aan de andere kant van de heuvel. De bemanning van de reddingsboot van de RNLI (het equivalent van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij) uit Falmouth trof haar op de oever. Overal waar ze keken, zagen ze dode dolfijnen, drijvend op hun zij of op hun rug, met hun rugvin in de modder van de rivierbodem. Ze telden 24 kadavers. ‘Wat is hier gebeurd?!’ vroeg Wallis geschokt.

De dag ervoor had ze een grote school dolfijnen onder luid geklik door het water zien dansen. Ze was hen gevolgd in haar kajak. Op zee had ze marineschepen en helikopters gezien.

Stroomafwaarts zag ze vier dolfijnen spartelen in nauwelijks dertig centimeter water. Met elke flap van hun staart kwamen ze verder vast te zitten. Wallis sprong het water in, sloeg haar armen om het dichtstbijzijnde dier, draaide het om en gaf het een duwtje. Na een korte aarzeling zwom het weg. Vervolgens draaide Wallis de andere drie dolfijnen om en die volgden de eerste.

De vrijwilligers die waren opgeroepen hadden allemaal een medische training gevolgd bij de British Divers Marine Mammal Rescue (de Britse zeedierenreddingsmaatschappij), een nationaal opererende liefdadigheidsinstelling.

Zes volwassen dolfijnen en een kalf zwommen kleine rondjes in een smal stuk van de rivier. Drie dieren die in de modder vastzaten, leefden nog. Caroline Curtis zei: ‘Laten we de dode dieren aan de kant zien te krijgen en de levende terug naar zee drijven. We hebben maar weinig tijd: het wordt eb.’

Boomchirurg Conrad Birne verwisselde zijn werkplunje voor een korte broek. Zijn dochter Neve werd vandaag zes en hij had beloofd thuis te zijn, maar dit was belangrijker.

Op de oever van de rivier waren twee dolfijnen gestrand, vijftien meter van elkaar. Birne hurkte in de modder, masseerde een van de dieren en sprak het toe. Hij hield de snuit van het beest vast en daarmee zijn kop boven water, zodat het kon blijven ademen. Af en toe liet het een treurige klik horen.

Dolfijnen zijn niet gewend aan het gewicht van hun eigen lichaam omdat ze normaal gesproken door het water gedragen worden. Als ze aanspoelen, kunnen ze schade aan hun organen oplopen. Sean Langton, een plaatselijke dierenarts, controleerde de hartslag van het tweede dier en merkte dat het moeizaam ademde. Het dier leed overduidelijk en zou het niet gaan halen. Langton liet het met een spuitje inslapen.

De roep van de andere dolfijn naar zijn nu dode metgezel kwam met steeds grotere tussenpozen. Toen het geen antwoord kreeg, probeerde het om te kijken. Er rolde een traan over de wang van de stoere reddingswerker die hem vasthield. Deze tweede dolfijn was bedekt met een nat laken en een natte handdoek. Als zijn huid zou uitdrogen, zou die loslaten. ‘Deze overleeft het wel,’ zei Langton.

Aan de andere kant van de rivier liet dierenverpleegkundige Jenny Haley zich naast de derde dolfijn die daar gestrand was op haar knieën vallen. Ze legde de kop van het het dier in haar schoot. ‘Het komt allemaal goed, Lady,’ zei ze troostend. De dolfijn klikte treurig. Haar ademhaling was van vijf naar vijftien keer per minuut gegaan, een teken van stress. Haleys collega Leanne Birtles duwde zeewier onder haar buik om een kussen te vormen. Ze hield Lady’s huid nat en maakte een ‘dam’ van gel om haar spuitgat, zodat er geen water in kon stromen. Boomchirurg Seth Neill bouwde een overkapping met zeildoek en stokken om Lady schaduw te geven en dierenarts Darryl Thorpe onderzocht haar. ‘Er is goede kans dat we haar vlot krijgen,’ concludeerde hij. ‘We gaan het proberen.’ Hij was blij met de hulp van de vriendelijke dierenverpleegkundigen: reddingsacties in Nieuw-Zeeland hadden uitgewezen dat zeezoogdieren vaak beter reageren op vrouwen.

Het team had de ‘ambulance’ meegenomen: een karretje met apparatuur uit de brandweerkazerne. Iedere dolfijn werd op zijn zij gerold zodat ze er een mat onder konden leggen. Daarna grepen helpers de zijkanten van de mat en droegen ze het dier naar het water.

 

 

Meest gelezen in Interview

  1. 9 vragen over de aanschaf van een laptop
  2. Wat u als ouder kunt doen om uw kind online te beschermen
  3. In de val gechat

Meer Artikelen

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail*
Reactie*

Reactie aan de redactie

 

Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!


Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk? 
 

Stuur uw reactie!