Eindelijk een topper
Dat lijkt ook op te gaan voor Boompie
Door PIETER WEBELINGEn toen was hij nummer één. Zomaar. Uit het niets. Jij bent zo domineerde de hitlijsten en de ster van Jeroen van der Boom fonkelde. Zomaar? UIt het niets? Natuurlijk niet. 'Succes is het vermogen om van de ene mislukking naar de andere te gaan, zonder verlies van enthousiasme,' zei Winston Churchill al.
Dat lijkt ook op te gaan voor Boompie, die met bloed, zweet, plezier én tranen de weg naar het succes heeft afgelegd. ‘Mislukking’ had bij hem vooral de vorm van afwijzing, of het nou ging om een tv-programma of een grote musicalrol. Elke keer net niet. Elke keer was het: veren opschudden en weer dóór. Het is de triomf van de volharding, van een entertainer die het geluid van anderen virtuoos kan imiteren, maar met zijn eigen stem dubbel platina haalde. Na het enorme succes van Jij Bent Zo is hij toe aan een nieuwe plaat, met de gepaste titel Verder . Verder in zijn carrière, verder als man, verder als muzikant. Wie is Jeroen van der Boom? Wat karakteriseert hem? Wat maakt zijn muziek onderscheidend?
RD:Jouw stembanden horen allang versleten te zijn.
VAN DER BOOM: Eigenlijk wel, ja. Ik zing al vanaf m’n twaalfde. Jarenlang trad ik op in feesttenten, bruiloften en braderieën, bij rookmachines, loeiende airco’s en sigarettendampen. Funest voor je stem, natuurlijk. Soms had ik pijn in m’n strot, maar ik zong gewoon door. Alleen met praten was ik af en toe flink hees. Later ben ik beter gaan ademen, anders houd je het nooit drie uur lang vol in de Arena. Wat je kunt zeggen is: na al die klappen zijn mijn stembanden behoorlijk gehard. Daar heb ik nu profijt van. Effe afkloppen.
RD:Wat is jouw bereik?
VAN DER BOOM: Mijn stem is erg mid. Dat was makkelijk bij de Toppers: René [Froger] zat wat lager en Gordon wat hoger, maar ik bleef rechtdoor zingen. Mijn kopstem is heel zwak. Gierend hoog zingen vanuit de borst kan ik niet. Laag zit ik wel goed, tegen de bassen aan. Ik voel totaal geen beperking: mijn bereik in het middengebied is snoeihard. Ik heb precies de stem voor de muziek die ik maak.
Ik heb een homeopatisch dingetje om de stembanden een beetje schoon te krijgen. Kamillosan, geloof ik. Trijntje Oosterhuis loopt ook rond met zo’n spraytje. René drinkt de hele dag geen melk als-ie moet zingen. Dan krijg je slijmvorming, zegt hij. Klopt. Maar ik kan onderweg naar een concert nog een milkshake achterover slaan. Het is maar wat je gewend bent. Als voorbereiding loop ik het liefste door de zaal, sfeer proeven. In de Arena zat ik voor een concert van de toppers ook al naar de mensen te zwaaien. Froog zei: ‘Hé pik, dat moet je niet doen, man. Pak het moment als je opkomt, dan zien ze jou voor het eerst.’ Ik brak de magie. Dat is dan weer de entertainer in mij. Die aanjager is er altijd geweest.
Ik kom uit een muzikaal nest. Mijn opa was drummer in legerbandjes, mijn vader zingt al jaren bij een operettekoor. Hij is jarenlang politieagent geweest. Rustige, lieve man, wel introvert. Ik lijk meer op mijn moeder, die uit zich meer. Helaas bleef haar muzikale smaak beperkt tot die zoete rotzooi van de George Baker Selection. Una Paloma Blanca … o, vreselijk. Een muzikaal wonderkind was ik trouwens niet, hoor. Mijn tweelingzusje Iris kon veel beter piano spelen dan ik. Eerlijk gezegd imiteerde ik haar gewoon. Ik speelde wat zij speelde. Maar noten lezen? Núl.
RD:Had je een droom?
VAN DER BOOM: Jazeker. Muzikant worden, voor al uw bruiloften en partijen. Serieus! Op m’n twaalfde zong ik in een bandje, The Travellers. Elke zaterdagavond traden we op in buurthuizen, feesttenten, op braderiëen overal. Met een orgel. Mijn vader reed ons in een stokoude bus, met alleen de vijfde versnelling en een achteruit. De deur zat dicht met een snelbinder. Later kon ik optreden in café Monico op het Rembrandtplein. Dan leer je wel improviseren. Ik had een breed repertoire, van Frank Sinatra tot André Hazes. Véél geleerd.
Via een omweg kwam ik bij SBS6 terecht. Eerst deed ik Call TV, later Explosief. Zeven jaar lang, zes dagen per week, zevenhonderdduizend kijkers. Ik imiteerde opnieuw: ik deed gewoon de Australische presentator na. Die gaf gewicht aan zijn woorden door heel opzichtig te fronsen. Ik was al gauw Mister Explosief, die gozer met die wenkbrauwen. Van die tijd heb ik vooral geleerd dat ik een meutepresentator ben. Een van de zovelen. Niet goed genoeg. In het weekend trad ik op in een Dinnershow van Frank Wentink. Mensen waren verbaasd: wat doet die saaie lul van televisie hier? Dan pakte ik ze wel weer in met een imitatie van Robbie Williams, maar ik wist: televisie is klaar.
RD:‘Ik was er van overtuigd dat ik de allerbeste entertainer van Nederland zou worden.’
VAN DER BOOM: Heb ik dat gezegd? Dat wilde ik graag, ja.
RD:Entertainer. Niet: zanger.
VAN DER BOOM: Omdat er geen klap aan is om een zanger te zien staan die alleen maar z’n ballades staat te zingen! Dat vond ik vooral vroeger, hoor. Kijk, de entertainer en de zanger Jeroen van der Boom zijn twee totaal verschillende mensen. Soms ontmoeten ze elkaar op het podium. Als een feestzaal echt uit z’n dak gaat, word ik zelf ook superenthousiast en dan kan het gebeuren dat ik zomaar losga met: En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet … Alles wat ik als zanger, als popartiest aan gevoelige spanning heb opgebouwd, breek ik dan als entertainer weer af. Dat is ook wel weer lachen. Maar die gangmaker moet nu wél z’n plaats weten. Hij is ondergeschikt aan de zanger Van der Boom, begrijp je?
RD:Het klinkt als een gespleten persoon, op die bühne.
VAN DER BOOM: Dat is ook zo! Ik bén een gespleten persoonlijkheid. Er is nog een afsplitsing: thuis ben ik ook nog vader van twee jongens. Als ik dan naar mijn dvd’s kijk, kan ik mij niet voorstellen dat ík op de omslag sta. Mijn zoon van zes heeft dezelfde verwarring. Ik was laatst jarig. Ik kom terug van een optreden en haal uit de achterbak een paar cadeautjes van fans. Hij loopt naar me toe en zegt: ‘Dat is ook grappig! Jeroen van der Boom is op dezelfde dag jarig als jij.’
RD:Als showman, presentator, imitator en zanger ben je vijftien jaar onder het maaiveld gebleven. Je bleef een beetje hangen in het voorportaal van het Grote Artiestendom. Frustrerend?
VAN DER BOOM: Nee. Nee! Ik had nooit een hit, maar ik stond wél in het voorprogramma van Lionel Richie en van Tom Jones. Omdat ze mij wel grappig vonden. En tijdens een Dinnershow wilde ik wél de beste zijn. Ik was helemaal gelukkig als mensen na afloop zeiden: ‘Hé, die Van der Boom viel me honderd procent mee.’ Een aai over je bol! Een klap op je schouders! Kon ik zo een week op teren.
Goed, ik ben ook afgepoeierd. Evita, de musical. Ik mocht auditie doen voor de rol van Juan Peron. Glashard afgewezen. Er zat zo’n hoge meneer uit Engeland in de zaal. Die vond mij niet geschikt voor musical. Hij zei: ‘You are a popstar. You are Robbie Williams. Take your chances. Go.’ Maar ik ben nooit bij de pakken gaan neerzitten. Nooit.
RD:Wat drukt dat uit?
VAN DER BOOM: Geluk. Ik ben blij met mezelf. Ik ken mijn waarde – het komt toch wel goed. Ik zie je nog wel. Die overtuiging … haha, het is gewoon vreselijk. En ik heb die springplank zelf op die steiger moeten timmeren, hè. Die heeft niemand voor mij neergelegd. Dat is best kicken, maar ik ben de laatste die beweert dat ik alles alléén heb gedaan. Mijn basis is zo sterk, jongen. Dan praat ik dus vooral over mijn vrouw Dany. Zij heeft alles in zich wat ik nodig heb in m’n leven. Ze is mooi, verstandig, lief, eerlijk, recht door zee. Een droomvrouw.
We zijn nu zeven jaar bij elkaar, maar het was een onmogelijke liefde. Ik had al vijftien jaar een relatie, zij dertien jaar. Ik ben altijd joviaal en vrij met meisjes en vrouwen, maar bij haar hield ik afstand.
RD:Op welk moment werd de situatie onhoudbaar?
VAN DER BOOM: Tijdens een evenement in Montfoort. Ik zong Have I Told You Lately That I Love You. Ik zat op een kruk bij de pianist, zij zat aan de zijkant van het podium. Ik draaide me naar haar toe en zong dat lied alleen voor haar. Het publiek zag mij de hele tijd naar opzij kijken. Dany werd er verlegen van. Nou ja, de liefde was wederzijds. Als ik dan écht verliefd ben … dan is er geen houden aan.
Ik was toen dertig. Ik wilde stappen maken. Zij ook. Na drie maanden was ze zwanger. We hebben twee zoons: Daan is zes, Luuk is bijna drie. Mónsters zijn het. Jongetjes, hè. Ravotten. Ik zie ze als mijn voorbeeld. Zorg ervoor dat je de spontaniteit, de eerlijkheid, de onbevangenheid, de energie van kinderen houdt. Ik ben als een leeuw voor mijn gezin. Echt: een vader.
|
| |||||
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail* | |
| Reactie* | |
.jpg)

Plaats op










