Joe Butler (links) en Gregg Nappi Foto Kevin Horan
‘Ik zal alles doen om hulp voor je te halen,’ antwoordde Greg. ‘Als het moet schop ik een deur in.’

Het klonk zacht, maar het was onmiskenbaar een nauwelijks hoorbare stem in de verte. Bergbeklimmer Greg Nappi spitste zijn oren op 750 meter hoogte op de noordoostflank van Bellicose Peak, 24 kilometer het Chugachgebergte van Alaska in. Greg stond bovenaan een steile ijswand van 45 meter hoogte te wachten totdat zijn klimpartner Joe Butler aan de rand zou verschijnen. Maar Joe verscheen niet en nu hoorde Greg een vage noodkreet.
De afgelopen zes jaar hadden Greg en Joe samen steile rotswanden beklommen, van Alaska tot Argentinië. Daarbij hadden ze telkens hun leven in handen van de ander gelegd. Sterke en zwakke punten, karakter en gedrag: de twee klimmers waren een open boek voor elkaar. Ze vertrouwden elkaar onvoorwaardelijk. Doorgaans was Joe tijdens het klimmen geen grote prater en volgde hij kalm de weg naar boven. Dus toen Greg weer een kreet hoorde, wist hij dat er echt iets mis was.
‘Het was duidelijk Joe, maar het geroep kwam van verder weg dan ik verwachtte,’ herinnert Greg zich. Hij spande zich in om te verstaan wat Joe riep.
‘Greg,’ meende hij te horen. En daarna, duidelijk: ‘Ik denk dat ik mijn been heb gebroken.’

Het landschap van Alaska bestaat uit rotsen en ijs. Twaalf van de hoogste bergen van de VS steken als uitroeptekens de lucht in en meer dan 50.000 gletsjers, sommige groter dan de provincie Zuid-Holland, glinsteren als enorme juwelen.
Joe (29) en Greg (25) groeiden beide op in het oosten van de VS: Joe in Georgia, Greg in Pennsylvania. Tijdens hun studententijd verkasten ze naar Alaska. Ze ontmoetten elkaar daar tijdens een vakantiebaantje als gids op de Matanuskagletsjer en al gauw gingen ze samen bergbeklimmen. Ze hadden veel gemeen, maar ook hun verschillen. Joe was beter op ijs en Greg beter op rots. Joe’s systematische aanpak vulde Greg’s enthousiasme aan. ‘We werken heel goed als team,’ zegt Greg.
 
Vorig jaar april planden ze een klimvakantie van twee weken in de doolhof van pieken rondom de Eklutnagletsjer in het Chugach State Park, een gebied van 20.000 vierkante kilometer nabij de hoofdstad Anchorage. Met vele honderden meters verticale rots en ijs was het, volgens Joe, ‘eenvoudig om te verdwalen’. Mooi meegenomen was Serenity Falls Hut, een klimmershut in een afgelegen gedeelte, aan het eind van een twintig kilometer lang ski­spoor. ‘We zouden de hele dag kunnen klimmen en dan daar in die hut kunnen overnachten,’ zegt Joe. ‘Beter kon niet.’
 
Op de vierde dag van hun expeditie gingen Joe en Greg op weg naar Bellicose Peak. Ze verlieten de hut om half zeven en vonden in een smalle spleet hun weg naar boven naar de voet van de gletsjer. Daar gingen ze westwaarts en begonnen aan de beklimming van een 300 meter hoge met sneeuw gevulde, steile spleet. Onderweg naar boven stuitten ze op een 45 meter hoge ijswand.
 
Omdat de punt van Greg’s ijsbijl twee dagen eerder was afgebroken, wilde hij de wand omzeilen door een sneeuwhelling vlakbij te beklimmen. Zou Joe hetzelfde doen of in zijn eentje de ijswand beklimmen? ‘We bekeken hoe steil de wand was,’ zegt Greg, ‘en oordeelden dat Joe het goed alleen kon doen. Ik heb hem zulke wanden zo vaak zien beklimmen.’ De mannen zouden elkaar boven aan de ijswand weer treffen.
 
Voorbij het steilste gedeelte nam Joe even pauze. Om zijn kuiten te ontlasten draaide hij opzij en duwde de punten van zijn klimijzers in het ijs, waarbij hij zijn twee ijsbijlen als wandelstok ter ondersteuning gebruikte.
 
‘En ineens: tsjak, daar gleed ik weg,’ zegt Joe. De helling bestond uit puur ijs: glad en hard. In een fractie van een seconde maakte hij al snelheid. Toen hij tot op 3 of 4 meter van de klifrand genaderd was, dacht hij: Ik moet mijn bijl in het ijs hakken, anders ben ik kansloos. Maar het was al te laat. Hij schoot hulpeloos over de rand. Dat is het laatste dat hij zich herinnert. ‘Ik raakte bewusteloos,’ zegt hij. Hij viel met een klap in de sneeuw, 45 meter lager, en gleed verder. Toen hij weer bijkwam, lag hij weer 200 meter lager, gewond en alleen.

Eenmaal boven, zag Greg zijn partner nergens. Toen hoorde hij Joe’s geroep in de verte.
 
‘Er zat niets anders op dan naar hem af te dalen,’ herinnert Greg zich. Hij zette een anker vast in het ijs en volgde Joe’s route. Weliswaar kon hij Joe niet zien, maar krassen in het ijs, uitrusting die her en der lag en een deuk in de sneeuw ongeveer zo groot als een mens, lieten geen twijfel over wat er was gebeurd. Greg klom behoedzaam verder naar beneden. Iets te snel en hij kon zo uitglijden. Dan zou hij ook vallen en was er voor beide geen hulp meer. Jaren van EHBO- en reddingscursussen schoten door zijn hoofd.
 
‘Joe was bij kennis toen ik hem bereikte,’ vertelt Greg. Een snel onderzoekje leerde dat Joe waarschijnlijk zijn linkerdijbeen en zijn sleutelbeen had gebroken. Maar met een val van deze hoogte kon Greg hoofdletsel of inwendige bloedingen niet uitsluiten. ‘Ik moest hem de berg af krijgen,’ zegt Greg, maar ze waren uren verwijderd van hulp en bevonden zich op een helling van 40 graden. Greg spalkte het been met een sneeuwharing, een aluminium stok die bergbeklimmers gebruiken als anker in diepe sneeuw. Wat nu? Ze wisten allebei dat ze een helikopter nodig hadden om Joe er weg te krijgen, maar die zou nooit kunnen landen op die steile helling. Greg probeerde Joe verder naar beneden te laten glijden. ‘We kwamen niet verder dan een meter. Joe’s been bleef steeds in de sneeuw haken en het was gewoon te pijnlijk voor hem.’ Greg herinnerde zich dat er in de hut een plastic slee lag. Het zou tijd kosten hem te halen – kostbare tijd die ze misschien niet hadden als Joe inwendig letsel had – maar er was geen andere optie.
 
‘Ik moet je nu alleen laten, Joe,’ zei Greg, terwijl hij op de helling boven hem een rugzak legde om hem te beschermen tegen keien die in de smeltende sneeuw de helling af komen rollen.  Terwijl hij zich naar de hut haastte, probeerde hij niet aan de gevaren te denken. Maar een windvlaag bracht hem met een klap terug in de realiteit en naar zijn vriend die op de berg op hem wachtte. Twee uur later was Greg terug met de slee. Hij bond Joe erop vast en probeerde het opnieuw en slaagde erin de slee te laten zakken. Hij gebruikte zijn ijsbijl als een anker in de sneeuw, zodat ze niet als een stel rodelaars de berg af zouden roetsjen. Halve meter per halve meter werkte Greg zich een weg naar vlakker terrein. Het ging langzaam: het kostte hen een paar uur om aan de voet van de helling te komen en inmiddels was er een harde wind opgestoken. Sneeuwvlagen rolden de gletsjer af en geselden de mannen als een zweep. Ook al waren ze nu een stuk afgedaald, Greg wist dat zijn vriend niet lang kon overleven als hij hier open en bloot zou liggen. Greg keerde opnieuw terug naar de hut en nam dit keer een vloerloze tent, een slaapzak, water en voedsel mee. Hij liet Joe iets eten en drinken en zette de tent vast met stenen. ‘Ik wilde er zeker van zijn dat, zelfs in die wind, de tent niet weg zou waaien,’ zegt Greg.

Ze wisten beiden wat er nu moest gebeuren. ‘Als Greg niet zou vertrekken, zou er nooit hulp komen,’ zegt Joe. Greg aarzelde, maar Joe spoorde hem aan. ‘Ik gaf hem een knuffel, een kus op zijn hoofd en zei dat hij moest gaan,’ zegt Joe.
‘Ik zal alles doen om hulp voor je te halen,’ antwoordde Greg. ‘Als het moet schop ik een deur in.’ Joe glimlachte: hij wist dat hij het meende. Toen was zijn partner weg.

Langs de oostkant van het Eklutnameer concentreerde Greg zich op het in beweging houden van zijn benen – hij skiede waar hij kon en deed zijn ski’s af als de bodem te rotsachtig werd. Hij werd geplaagd door twijfel. ‘Ik bleef maar denken: had ik er goed aan gedaan hem te verplaatsen? Of hem achter te laten? Heb ik iets gemist in mijn onderzoek? En wat als hij onderkoeld raakt of bevriezingsverschijnselen krijgt?’ Hij stopte slechts één keer om te rusten. Maar toen hij achter zich keek, naar de koude, donkere kloof, en aan zijn partner alleen in de tent dacht, ging hij snel weer verder.

In de tent dommelde Joe steeds even in slaap. Hij dwong zichzelf te eten en te drinken, voor het geval hij later bewusteloos zou raken. ‘Ik kon me niet voorstellen dat een helikopter hier snel zou kunnen zijn, zeker niet in dit weer. Ik besloot me niet druk te maken totdat er 72 uur voorbij waren,’ herinnert hij zich. ‘Zolang kon ik het wel uithouden, dacht ik.’

Gek genoeg viel de pijn in zijn been wel mee. ‘Misschien waren mijn dijspieren zo sterk van al het klimmen, dat ze het bot op zijn plaats hielden,’ zegt hij. Windvlagen bliezen sneeuwvlokken onder het tentzeil door. Hij was bang dat de tent van hem af zou worden geblazen. ‘Ik zat onder de sneeuw,’ zegt Joe. Maar er zat weinig anders op dan zijn krachten te sparen en te wachten op zijn vriend en de beloofde hulp. Vierentwintig kilometer verderop bereikte een uitgeputte Greg een gesloten rangerstation. ‘Ik bonkte op de deur, ik schreeuwde. En toen schopte ik.’ Even later was hij binnen en belde het alarmnummer.

Parkranger Ian Thomas schoot om vier uur ’s nachts overeind in bed, in zijn huis in Anchorage, omdat de telefoon ging. Ian is zelf bergbeklimmer, kent het gebied goed en is bevriend met veel klimmers die er komen. Toen hij hoorde dat er een ongeluk was gebeurd in een populair klimgebied, dacht hij nog: als het maar niemand is die ik ken. In de vroege Alaskaanse ochtendschemering trof hij Mel Nading, helikopterpiloot voor de Alaska State Troopers op het vliegveld en een kwartier later landden ze bij het Eklutna-rangerstation. Zodra Ian Greg zag, die hij al jaren kende, wist hij hoe laat het was. ‘Toen Ian me herkende,’ zegt Greg, ‘zag ik zijn schouders zakken.’ De klimmer vertelde het nieuws: Joe lag nog op de berg.

Beide mannen beseften dat de tijd drong. Greg beschreef vlug waar hij Joe had achtergelaten. De reddingswerkers, waaronder een verpleegkundige van de plaatselijke brandweer­, klommen in de helikopter en waren weg. Ian zag sneeuw van de kloof af komen waaien als witte gordijnen. Het zicht werd steeds minder, maar Mel, die elk jaar zo’n 350 mensen helpt redden, bleef rustig. ‘Hij zette ons precies neer waar we moesten zijn,’ zegt Ian. Maar het bleef stil in de tent. ‘Mijn grootste zorg was dat ik niets hoorde,’ aldus Ian. ‘Van hoe Greg de val had beschreven, was ik bang dat Joe aan een inwendige bloeding was overleden.’

Hij riep: ‘Joe, ik ben het, Ian!’ Er was een korte pauze en toen een antwoord.
 
‘Ian Thomas!’ zei Joe, enorm opgelucht.
 
Joe werd op een rugplank gestabiliseerd en in de helikopter gehesen, maar hij was nog niet buiten gevaar. Vanaf de gletsjer stak een ijskoude wind op, als een onzichtbare lawine. Achter het stuur van de helikopter bestudeerde Mel Nading de situatie aandachtig. ‘De windsnelheid varieerde van 60 tot 80 km/u,’ zegt hij. ‘Daardoor moest ik een speciale methode gebruiken om op te stijgen.’ Terwijl de helikopter heen en weer schommelde in de wind, steeg Mel op en vloog tegen de wind in naar de gletsjer. Hij hoopte op genoeg windkracht om de verwachte neerwaartse druk te kunnen weerstaan, als hij langs de helling naar beneden ging. Hij hield die positie zo lang mogelijk vast en draaide op het laatste moment om, staart in de wind. De helikopter steeg op, de vallei uit.

Enkele minuten later landden ze bij het Providence Alaska Medical Center in Anchorage, waar Joe’s vrouw Amara Liggett hem opwachtte. Vanaf de brancard keek Joe haar aan en reikte naar haar hand. ‘Het was kantje boord,’ zei hij.
Amara hield zijn hand vast en begon te huilen. ‘Ja, zeg dat wel.’

‘Dat vond ik het moeilijkste moment van de dag,’ herinnert Greg zich. ‘Dat ik Joe en zijn vrouw in tranen zag.’ Greg kon nu de spanning van zich af gooien. ‘Ik moest ook even een traantje wegpinken,’ zegt hij.

Joe lag drie dagen in het ziekenhuis, met zijn vrouw, klimpartner en vrienden onafgebroken aan zijn bed. De bergbeklimmers in Alaska vormen een hechte groep. ‘Er was altijd iemand om me te helpen met eten of alledaagse dingetjes,’ weet Joe nog. De eigenaren van de Bear Toothbar, een café waar Amara werkt als manager en serveerster, hielden een inzamelingsactie en legden hetzelfde bedrag ernaast. Ze haalden meer dan vijfduizend dollar op voor Joe, die onverzekerd was.

Minder dan een jaar later is Joe alweer terug in de bergen, dankbaar voor de moed van zijn partner die dag. ‘Hij weet dat ik hetzelfde voor hem zou doen,’ zegt hij.

Dat weet Greg inderdaad: ‘Als je de bergen in gaat, weet je dat dit soort dingen kunnen gebeuren,’ zegt hij. ‘En als er iets gebeurt, moet je verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dit keer was het Joe die uitgleed. De volgende keer kan het andersom zijn.’
Tijdens zijn herstel kon Joe uit het raam van zijn appartement in Anchorage de bergen van de Chugachketen zien. Hij en Greg hadden hun oog al laten vallen op hun volgende avontuur. Een berg die Awesome Peak (Ontzagwekkende Piek) heet.

Meest gelezen in Reizen

  1. Ik spreek 32 talen
  2. Wat u als ouders kunt doen tegen online pesten
  3. Ooit een hippie, nu een miljonair

Meer Artikelen

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail*
Reactie*

Reactie aan de redactie

 

Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!


Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk? 
 

Stuur uw reactie!