Rudi, Katja en Daniel; Foto Kees Tabak
Volgens de agent worden regelmatig auto’s gestolen die onbeheerd met draaiende motor ergens staan.

Rudi en Katja Keet uit Utrecht hadden lang uitgekeken naar een dagje uit bij vrienden in Assen. Sinds de geboorte van hun zoontje Daniël, zes maanden eerder, was dit een van de eerste keren dat ze er met het gezin even tussenuit konden.

Het is zaterdag 26 september 2009, half acht in de ochtend. Beneden in de hal van hun rijtjeshuis in Utrecht staan de spullen klaar om in de auto gezet te worden: campingbedje, kleding, luiers, speeltjes. Katja (32) rommelt nog wat in de keuken, terwijl Rudi, een slanke, sportieve man van 37, begint met inladen. 

De auto, een zwarte Volvo S40, staat voor de voordeur in hun straat Ondiep, in de gelijknamige wijk vlak bij het centrum. Het najaar hangt in de lucht en het is een frisse ochtend. Weet je wat, denkt Rudi, ik zet de motor aan. Dan wordt het alvast lekker warm. Als laatste plaatst hij zijn zoon Daniël op de achterbank. Het olijke, blonde ventje kijkt nieuwsgierig om zich heen vanuit zijn Maxi Cosi.

Vijf jaar geleden leerde ICT’er Rudi  zijn Russische vrouw Katja kennen in haar geboorteplaats Kirov, 950 kilometer ten oosten van Moskou en vlak bij de Oeral. Het was een collega die Rudi meevroeg als gezelschap voor een familiebezoek naar de middelgrote  Russische stad. Op kerstavond 2005 zat Rudi samen met zijn collega in een busje. Er stond een leuk uitje gepland. Alle familieleden werden thuis opgehaald.

‘We waren wat aan het geinen toen ineens de deur van het busje openging,’ zegt Rudi. In de deuropening stond een jonge vrouw met een enorme bontjas aan en een bontmuts op. ‘In het Nederlands riep ik: “Met deze vrouw ga ik trouwen!” Heel bizar, ik wist het gewoon.’

Rudi’s gevoel klopte. Drie jaar geleden stapte het stel in het huwelijksbootje. Begin 2009 werd hun liefde bekroond met een kerngezonde baby, zoon Daniël.

Terwijl Daniël lekker warm op de achterbank van de stationair draaiende auto zit, rent Rudi snel naar de hal, slechts enkele meters verderop. ‘Kom Katja, we gaan!’ roept hij. De jonge, frivole moeder doet het licht in de keuken uit en loopt naar haar man. Op dat moment horen ze het portier van hun auto dichtslaan. Rudi draait zich om en ziet een vreemde man van begin 30 achter het stuur zitten. Terwijl de jonge vader op de auto af spurt, kijkt hij de dief recht in de ogen. Dan geeft de man plankgas.

‘M’n kind! M’n kind!’ schreeuwen Rudi en Katja, terwijl ze achter hun auto aan rennen. De onbekende man scheurt weg en slaat aan het einde van de straat rechtsaf de Laan van Chartroise in, met baby Daniël vrolijk spelend op de achterbank.

Op het kruispunt van Ondiep en de Laan van Chartroise, vlak voor de bushalte, staat een taxi te wachten. In paniek stuift Rudi op de taxi af, die net wil optrekken. Hij wijst naar zijn auto die in de verte verdwijnt en probeert hijgend uit te leggen wat er aan de hand is.

De chauffeur gebaart hem in te stappen en zet de achtervolging in. Maar bij de volgende kruising slaat de auto met baby Daniël plotseling linksaf en de taxichauffeur met Rudi rechtsaf.

Katja, die het vanuit de verte ziet gebeuren, houdt bij de bushalte een bus aan. Ze rent naar binnen en roept tegen de buschauffeur: ‘Bel de politie! Bel de politie! Iemand heeft onze auto gestolen met onze baby erin!’

De buschauffeur staart haar niet begrijpend aan. Ineens dringt het tot Katja door dat ze in alle paniek in haar moedertaal spreekt. Hortend en stotend probeert Katja het in haar beste Nederlands nogmaals uit te leggen. De buschauffeur belt onmiddellijk de politie, maar vertelt ook dat hij niet kan blijven wachten vanwege de dienstregeling. Katja stapt uit en de bus rijdt zonder haar verder. Daar staat ze. Helemaal alleen op de stoep aan een drukke doorgaande weg. Het verkeer raast voorbij. Ze voelt de grond onder haar voeten wegzakken. Haar baby Daniël lijkt voorgoed verdwenen.

‘Keer om, je gaat de verkeerde kant op!’ gilt Rudi die naast de taxichauffeur zit. ‘Daar gaan ze! Dáár!’  Rudi ziet de auto met zijn zoon Daniël erin met hoge snelheid door de Laan van Chartroise van hen wegrijden. De chauffeur gooit zijn stuur om en maakt snel rechtsomkeert. Op dat moment verdwijnt de gestolen auto in een zijstraat. ‘Verdomme!’ schreeuwt de chauffeur. De tranen staan in z’n ogen. Zijn handen omklemmen trillend het stuur. ‘We zoeken door jongen,’ zegt hij op vaderlijke toon tegen Rudi. ‘Net zo lang tot we je zoon hebben gevonden’. 

Intussen is het bericht over de gestolen auto met de baby ook bij de politie aangekomen, die groot alarm slaat. Het valt Rudi al snel op dat er her en der politieauto’s met sirenes opduiken. Zijn telefoon rinkelt. Het is de politie, die hem verzoekt naar een parkeerterrein bij pompstation Shell aan de Kardinaal De Jongweg te rijden, zodat hij daar kan overstappen in een gereedstaande politeauto.

Rudi vervolgt de speurtocht nu met twee agentes en vreet zichzelf op van de zenuwen. Kan het allemaal niet nog wat sneller? Hij voelt zich zo machteloos.

Katja is naar huis gelopen. De voordeur staat nog open. Die zijn ze in alle consternatie vergeten dicht te doen. In de woonkamer laat Katja zich op de grond zakken en begint te bidden. Na ongeveer een kwartier ziet ze Rudi binnenkomen, samen met twee agentes. Het is dan tien voor acht. ‘Waar is Daniël?’ roept ze. Rudi zwijgt. Hij kan met moeite zijn emoties in bedwang houden. ‘Jullie moeten blijven zoeken!’ smeekt Katja de agentes. ‘Juist nu het spoor nog warm is.’

De agentes dringen erop aan dat Rudi en Katja met hen meekomen naar het bureau, wat ze met tegenzin doen. ‘Ik begrijp niet wat we daar moeten doen,’ zegt Katja. ‘Zoeken! Dat wil ik. En verder niets.’ In haar Russische ­geboorteplaats Kirov is Katja zelf jarenlang werkzaam geweest als politieagente. De jonge blonde vrouw weet precies wat er moet gebeuren in een situatie zoals deze. Maar nu ze zelf slachtoffer is, lukt het haar niet om het hoofd koel te houden.

Op alle nieuwszenders is het nieuws over de verdwijning van baby Daniël te horen. De politie bereidt een Amber Alert voor, een landelijk waarschuwingssysteem bij urgente kindervermissingen.

Eenzaam en machteloos zitten Rudi en Katja in een kille politiekamer. ‘Het voelt zo onwerkelijk,’ gruwelt Rudi. Ze houden zich vast aan elke positieve gedachte, hoe klein ook. Want wat moet zo’n autodief nu met een baby? Dat kan toch niet zijn bedoeling zijn geweest?

In de Utrechtse wijk Overvecht, ongeveer vier kilometer van het huis van de familie Keet, loopt Mehmet Toprak (37) samen met zijn vrouw Rabia (35) en zus Fatima (32) over straat. Het is ongeveer kwart over acht in de ochtend. Ze zijn op weg naar hun familiebedrijf ‘Toprakmarkt’, een Turkse supermarkt aan de Gangesdreef. Terwijl Mehmet de deur van zijn winkel opent, valt het oog van Rabia op een Maxi Cosi, die zo’n 20 meter verderop op het trottoir staat. Ze stoot haar man en schoonzusje aan. 

Verbaasd lopen ze er met z’n drieën naar toe. Boven de rugleuning uit zien ze een babyhoofdje. Het beweegt niet en ze horen geen geluid. Er is in de straat verder niemand te zien. Eenmaal dichterbij gekomen zien ze een klein blond ventje zitten. ‘Hij heeft het koud,’ zegt Rabia. Het enige wat de baby aan heeft is een T-shirtje en een spijkerbroekje, terwijl het maar een graad of zes is. Onder zijn oogjes is het kind blauw aangelopen.

Rabia, Mehmet en Fatima aarzelen geen moment. De toestand van het kindje ziet er slecht uit. Rabia pakt hem op en loopt samen met haar man en schoonzusje naar huis, om de hoek. Daar wikkelen ze hem meteen in een warme deken. Fatima, net zelf bevallen van een baby, pakt een schone luier en maakt een flesje warme babymelk klaar. Mehmet belt intussen de politie. ‘Ik kan niet geloven dat iemand zo’n klein baby’tje achter kan laten op straat. We hadden geen kwartier later moeten komen, want dan was het verkeerd afgelopen,’ zegt Rabia.

Tot haar grote opluchting krijgt de baby na enkele minuten weer een beetje kleur en begint te spartelen.

Op het politiebureau worden Rudi en Katja bijna gek van de spanning. Rudi ijsbeert door de kamer. Hij probeert de motieven van de dader stapsgewijs te ontleden. Katja zit op een stoel. Haar ellebogen laat ze rusten op de tafel, haar hoofd in haar handen. ‘Het voelt alsof ik in een nachtmerrie zit, waar ik maar niet uit wakker word.’

Plotseling gaat de deur open. Er komt een agente binnen. Ze vertelt dat er een baby gevonden is door een Turkse familie, maar of het werkelijk Daniël is weten ze nog niet.

Thomas Aling (41), politieagent bij de gemeente Utrecht, heeft die dag dienst. Direct na de melding dat de baby mogelijk is gevonden, rijdt hij naar de familie Toprak. De lange, blonde agent krijgt een brok in zijn keel als hij daar het gezin aantreft dat zich heeft ontfermd over de baby alsof het hun eigen kind is. Aling neemt de baby mee naar het bureau.

Daar ziet Rudi meteen dat het Daniël is wanneer een agente binnenkomt met een Maxi Cosi. Katja stormt er op af. Ze pakt zijn handjes, voetjes en checkt zijn vingertjes en teentjes. ‘Ik kan niet geloven!’ zegt ze met tranen in haar ogen. Ze drukt Daniël strak tegen haar borst en laat hem niet meer los.

Rudi kijkt van een afstand toe. Met gemengde gevoelens omdat hij zich erg schuldig voelt. Ik ben degene die Katja en Daniël deze nachtmerrie heeft aangedaan, denkt hij.

Thuis worden Rudi, Katja en Daniël omringd door bezorgde vrienden en familieleden. De politie treft een aantal uren later de gestolen auto aan. Helaas is de dader tot op heden niet gevonden. ‘We hebben buurt- en sporenonderzoek gedaan,’ aldus politieagent Aling. ‘Maar verder dan de algemene daderomschrijving “licht getinte man van achter in de 20” kwamen we niet.’

Volgens de agent worden regelmatig auto’s gestolen die onbeheerd met draaiende motor ergens staan. Bijvoorbeeld omdat de eigenaar even een brief wil posten. ‘Het advies van de politie is dan ook om altijd de sleutels uit het contact te halen, ook al ben je maar heel even weg.’

Hoewel Rudi en Katja dolblij zijn dat het goed is afgelopen, voelen ze zich niet meer veilig sinds de diefstal. Vooral omdat de dader nog niet is gevonden. ‘Waarschijnlijk woont hij hier in de buurt,’ zegt Katja. ‘En heeft hij verscholen achter een andere auto zitten wachten tot hij kon toeslaan.’ Ook Rudi heeft er moeite mee dat van de dader elk spoor ontbreekt. ‘Maar ik zal hem herkennen uit duizenden. Vlak voordat hij er met Daniël vandoor ging, keken we elkaar recht aan. Zijn ogen staan op mijn netvlies gegrift.’

Vier dagen na het incident, op woensdag 30 september 2009, hebben tientallen journalisten zich verzameld voor de supermarkt van Mehmet en Rabia Toprak. Vandaag zal het echtpaar voor het eerst oog in oog staan met de ouders van Daniël. ‘Ik ben zo benieuwd hoe ze eruitzien,’ zegt Mehmet zenuwachtig, terwijl hij samen met zijn Rabia en zus Fatima op de stoep voor zijn winkel staat te wachten. Even later stopt er een auto voor de winkel.

Met een grote bos bloemen en baby Daniël in hun armen stappen Rudi en Katja uit. Ze lopen samen op hun redders af. Katja valt Rabia huilend in de armen. ‘Vanaf nu ben jij de tweede moeder van Daniël,’ zegt ze even later, wanneer ze weer wat is gekalmeerd. ‘Jullie zijn bij ons thuis altijd welkom.’ Daniël kijkt intussen vrolijk om zich heen en geniet van de aandacht die hij krijgt van alle omstanders.

‘Later, als Daniël een jaar of zeven is, zullen we hem vertellen wat er gebeurd is,’ zegt Rudi.

‘Wij beschouwen hem als onze zoon,’ zegt Rabia, terwijl ze de baby een dikke knuffel geeft.

Meest gelezen in Rijker leven

  1. Ultieme moed op de catwalk
  2. Waar is mijn baby?
  3. Mijn Vlissingen

Meer Artikelen

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail
Reactie*

Reactie aan de redactie

Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!

Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk? 

Stuur uw reactie!