Foto ANP

Muziek is entertainment. Humor en rock-’n-roll passen bij elkaar, maar wel met mate. Bij een band als de Stones zit zeker humor in het gebeuren. Hoe Mick Jagger beweegt, hoe hij over de bühne loopt te rennen … het is nogal koddig wat hij doet, hè. Hij neemt zichzelf niet honderd procent serieus, daar ben ik van overtuigd. James Brown kon ook geestig zijn: na elk dansje moest hij weggedragen worden, en dan kwam hij weer op met een cape omdat hij geen afscheid kon nemen van het publiek. Maar wat ik óók te gek vind is de grimmige rock-’n-roll darkness van The Doors. Dat gebrek aan humor had waarschijnlijk te maken met dope. Ik bedoel: van marihuana kun je nog een lachkick krijgen, maar heroïne is nou niet bepaald een slapstick-drug.

Mijn hart gaat uit naar de tongue in cheek, naar het net-niet-helemaal serieus nemen van de glamour. De muziek moet wel het belangrijkste blijven. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Lenin Cowboys of de Bonzo Dog Doo-Dah Band, die gooien ’t alleen maar op humor. Dan wordt het cabaret. Ik heb met Golden Earring een vergelijkbare periode meegemaakt. In de jaren zeventig was Radar Love een hit in Amerika. Voordat je ’t weet word je in een maalstroom van hippigheid meegenomen, met party’s en dingen allemaal. We reden in New York rond in witte limousines, continu stoned. Van alles zagen we de absurditeit en de humor in. Er was bijna geen ernstig moment meer mogelijk! Dat sloeg gewoon door.

Evenwicht. Daar gaat het om. We kunnen als Golden Earring bloed-serieus zijn, maar we zijn geen gasten die de hele show sinister staan te kijken, weetjewel. En: we blijven relativeren. We hebben voor een vol Madison Square Garden gespeeld, maar ook in een feesttent in Kudelstaart. We zijn maar gewone Hollandse boerenlullen, jongetjes van de straat. Soms bén ik gewoon die uit-gelaten jonge hond. Een gewone Rotterdamse jongen die bij ons gitaar meespeelt stel ik tijdens een concert voor als Sidney Katz from San Antonio, Texas, home of taco’s, enchilada’s and burrito’s. Daarna komt een van onze jongens een versterker binnenrollen. ‘En dat is Chico uit Alphen aan den Rijn, home of patat frites, frikadels and bitterballs.’

Ik hou van bizarre humor, van vol-slagen absurdistische kolder. Ik lees tegenwoordig Tim Dorsey, een auteur die thrillers schrijft met titels als Hurricane Punch, Hammerhead Ranch Motel en Nuclear Jellyfish. Die verhalen zijn ongelooflijk grappig. Een serial killer heeft het gemunt op een man die ouden van dagen oplicht. Hij vermoordt ’m op een afschuwelijke manier: hij laat hem kogels slikken. Na een MRI-scan vliegen die kogels uit zijn lichaam. De politie-rechercheur heeft zoiets nog nooit meegemaakt: de kogel is van binnen naar buiten gekomen! Dat soort flauwekul vind ik geweldig.

Om Hans Teeuwen kan ik ook schateren. In een conference had-ie het over een nieuwe sport: paarden doodtrappen. Mensen liepen met afgrijzen weg uit de zaal. Hij zei: ‘Ja, dan ligt er zo’n paard dood in de stal, maar dan heb je ook nog van die gasten die zo’n beest nog in z’n hol gaan neuken. Dát vind ik te ver gaan.’ Haha! Het is natuurlijk afgrijselijk, maar zó over de top. Ik heb hem persoonlijk leren kennen. We liepen een keer in de Van Baerlestraat, langs een winkel met een keurige rij scooters voor de deur. Hij zei: ‘Zullen we d’r eentje een zet geven? Dan vallen ze om als dominostenen.’ Ik riep meteen: ‘Nee, niet doen, joh!’ Dat ging echt geld kosten. Typisch Teeuwen: altijd een kwajongen.

Humor is ook essentieel in benarde situaties. Een goede vriend van mij heeft een tumor op zijn lever. Hij had vorig jaar al overleden moeten zijn, maar hij leeft nog steeds. Hij volgt Porsche-therapie. Zo noemt hij dat. Hij heeft een Porsche gekocht en gaat daar elke dag een uurtje in rondrijden, puur voor z’n plezier. Als je zo met een ziekte kan omgaan … Heldenmoed vind ik dat. Hij spreekt die tumor ook toe, hè. Elke dag. Zo van: ‘Luister effe, vriend, één ding. Als ik doodga, ga jij ook dood, hè. Onthoud dat.’

Ik zat gisteren in een taxi. Die chauffeur begon te orakelen dat hij eigenlijk te oud was voor zijn werk, want hij liep al tegen de 62 jaar. Ik heb maar niet gezegd dat ik precies even oud ben – dat zou een te schrijnend contrast zijn. Hij zou me waarschijnlijk ook niet geloven. Ik woon tegenwoordig op Curaçao. Op het eiland hebben we een bank met een 60plus-loket. Elke keer als er een nieuw iemand is, moet ik mij legitimeren om te bewijzen dat ik daar ook mag staan, haha! Alleen al mijn leeftijd is een grote grap. Toch komt de dood dichterbij. Vroeger dacht ik daar niet aan, nu wel. Het is toch een dompertje.

Maar ach, ik glij door het leven, man. Waanzinnig. Ik ben een flierefluiter van nature, zelden depressief. We treden nog steeds op met de Earring. Tot een paar jaar geleden deden we maanden achter elkaar concerten. Dan begon de muziek werk te worden, weetjewel. Ik ben nog goed bij stem, hoor. Ik zing Radar Love nog in dezelfde toonsoort als op m’n twintigste. Maar je wordt toch moe en duf. We doseren nu beter: drie weken op, drie weken af. Dan staan we nog superfris op het podium. Aan afscheid denk ik nog lang niet. Mijn oudste dochter Bella (18) is mijn ijkpunt. Op de dag dat zij zich voor mij schaamt, stop ik. Ik geloof niet dat het ooit zal gebeuren. Omdat ik relativeer. Omdat ik blijf lachen.

Meest gelezen in Columns

  1. Popcornmedia
  2. Om in te lijsten
  3. Eros in volle glorie

Meer Artikelen

1 Reacties

Conny on 17 March 2010 ,20:38

Dit is nou eens leuk om te lezen. Er is al genoeg shit in de wereld. En inderdaad Barry, met humor bereik je het meest. Ook op het podium, blijft altijd leuk.

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail*
Reactie*

Reactie aan de redactie

 

Verdien € 100,- door ons uw bijdrage te sturen!


Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk? 
 

Stuur uw reactie!